zondag 19 juni 2011

'Om mijn oud woonhuis peppels staan'

(dubbel)klik op de foto's om deze te vergroten
Tijdens ZomerZinnen vroeg interviewer Coen Peppelenbos aan A.L. Snijders om het verhaal 'Ongenode gasten', uit de pas verschenen bundel Voordeel schutter, met oudere Paroolcolumns (en brieven), voor te lezen.
Snijders zette zijn bril goed en las de eerste zin: "Om mijn oude woonhuis staan peppels".  Hier stopte hij en zei dat wellicht enkele neerlandici zouden begrijpen dat deze zin, in iets gewijzigde vorm, afkomstig was uit een gedicht van J.H. Leopold, dat zo begint: 'Om mijn oud woonhuis peppels staan'. Wekenlang had hij als student Nederlands colleges over dit gedicht gevolgd. 
Snijders beschouwde Leopold als de grootste Nederlandse dichter.
Eerder vertelde hij dat een jong meisje pas op zijn 'graslijst' mocht - en dus met enige regelmaat zkv's (zeer korte verhalen) per e-mail toegestuurd zou krijgen - als ze eerst Villa des Roses van Willem Elsschot zou lezen ("Er is een orde: eerst Elsschot"). In het eerste hoofdstuk zou ze dan ook lezen wat gras is.  "Villa des Roses is de beste roman uit de Nederlandse literatuur", aldus Snijders. 
Coen Peppelenbos (rechts) interviewt A.L. Snijders
Het interview met A.L. Snijders was voor mij het hoogtepunt van het literaire festival ZomerZinnen op 18 juni in Amen. Deze 'schrijvende onderwijzer' bleek een charmante, erudiete causeur die zijn publiek, mede dankzij de prikkelende vragen van Coen Peppelenbos, van het begin tot het eind - met veel onderkoelde humor - wist te boeien.

ZomerZinnen is een fantastisch festival en ik begrijp eigenlijk niet waarom ik het nooit eerder bezocht (en natuurlijk had mijn hele sectie Nederlands hier bij moeten zijn!). De entourage deed denken aan het Vlaamse gehucht Watou, waar Gwy Mandelinck 25 jaar lang 'Poëziezomers' organiseerde, waarbij beeldende kunst en poëzie werden gecombineerd. Dichters traden op in oude schuren. Zo herinner ik me nog een prachtig optreden van Rutger Kopland tussen de strobalen.
 
Annette Timmer interviewt Yves Petry
In het landelijke Amen was de ruimte waarin ik de optredens van Yves Petry, A.L. Snijders en Marcel Möring meemaakte, een uit metalen damwand-profielen opgetrokken schuur, waar zo nu en dan de regen met
kletterend kabaal op neerdaalde, met als gevolg dat vooral Möring af en toe onverstaanbaar werd. Op zulke momenten leek het 'behouden huis' waar de schrijver naar op zoek was, ver weg.

Maar bij Yves Petry brak tussen de donkere wolken soms even de zon door, waardoor het morbide gegeven waarop De maagd Marino is gebaseerd enigszins dragelijk werd.

De interviewer bedankt Marcel Möring
De grote publiekstrekkers waren tv-persoonlijk-heden als Jan Mulder en Kees van Kooten.
"Iedereen die er bij Van Kooten niet in kan, komt naar mij luisteren", vertrouwde Snijders me toe.

Op zo'n festival kun je helaas niet alle optredens bijwonen. Zo had ik graag Vic van der Reijt over zijn Elsschotbiografie horen vertellen en ook de Drentse schrijvers heb ik gemist.

Of Arie Boomsma als dagsluiter was ingehuurd, weet ik niet, maar ik had in ieder geval geen enkele aanvechting hem het 'amen' te horen uitspreken.

Café De Amer

In de rij voor Kees van Kooten
Kees van Kooten signeert

Strofe gedrukt door de Carlinapers (Om mijn oud woonhuis peppels staan, 1981, p. [1]) 
Lees hier het hele gedicht 'Om mijn oud woonhuis peppels staan' van Leopold (met commentaar van Gerrit Komrij). Luister hier naar een voordracht, (vermoedelijk) door een Vlaming. Zo vallen Watou en Amen mooi samen. Heel bijzonder is dat dit filmpje op de dag dat ZomerZinnen plaatsvond (door Vlamingen?) op YouTube werd geplaatst.

Dit is de website van ZomerZinnen. Hier zijn verschillende verslagen (o.a. van Coen Peppelenbos), fotoreportages en een reportage van RTV Drenthe te vinden.