zondag 21 april 2013

O lieb, so lang du lieben kannst

Concertboerderij 'Onder de linden', Valthermond

Gisterenavond in Concertboerderij 'Onder de linden' in Valthermond weer een prachtig recital bijgewoond. Niemand minder dan pianist Ronald Brautigam gaf hier in een bomvolle zaal een hommage aan zijn in 2011 zo jong overleden studievriend Rian de Waal, de pianist die samen met zijn vrouw, mezzo-sopraan Marion van den Akker, in 2002 de deel van deze monumentale boerderij aan het Zuiderdiep omtoverde tot een intieme concertzaal.

Warum?
Op het programma stonden werken van Mozart, Beethoven, Heller, Mendelssohn en Schumann. Vooral 'Pastorale', sonate in D grote terts Opus 28, van Ludwig van Beethoven raakte mij diep. Na een staande ovatie sloot Brautigam het concert af door als toegift het ontroerende 'Warum?' van Schumann te spelen.

Über allen Gipfeln ist Ruh
In februari 2011, enkele maanden voor zijn aangekondigde dood, nam Rian de Waal samen met Marion van den Akker nog liederen van Liszt op, onder meer 'Über allen Gipfeln ist Ruh' (een van de 'Wandrers Nachtlieder' van Goethe). Kijk en luister hier naar de opnamesessie, ook in de Concertboerderij. Dit nummer staat op de cd 'O lieb, so lang du lieben kannst'. Het filmpje is een prachtige, haast mystieke illustratie bij deze te omarmen titel.

donderdag 18 april 2013

Kees Stip en Veenendaal

Gisteren voerde Kees Stip mij naar zijn geboorteplaats Veenendaal. Twee jaar geleden bezocht ik in de fraaie Cultuurfabriek een expositie over zijn leven en werk. Het was toen tien jaar geleden dat hij was overleden. Ter gelegenheid van zijn 100e geboortedag (25 augustus a.s.) wil ik de collectie graag in Sellingen - waar Stip de laatste 23 jaar van zijn leven woonde - exposeren.

 Was de Cultuurfabriek twee jaar geleden nog omgeven door 
bouwputten, inmiddels nadert de centrumuitbreiding haar voltooiing
en ligt het gebouw aan een heus plein, het Kees Stipplein. 

Door Nathalie Kriek, de conservator van het Historisch Museum Viseum, werd ik hartelijk ontvangen en zij zegde mij meteen toe dat ik de collectie in bruikleen kon krijgen. Ook ontmoette ik Mats Beek, stadsdichter van Veenendaal én de grote stimulator van Stip in deze plaats. Van hem kreeg ik een lesbrief en een fraai boekje met door leerlingen in het voortgezet onderwijs geschreven gedichten à la Stip. Samen met Nathalie en Mats bezocht ik nog even een kleine expositie over straatnamen in het centrum van Veenendaal. Vanzelfsprekend ontbrak het Kees Stipplein niet!

Nathalie Kriek (links) en Mats Beek bij de vitrine over 
Kees Stip met onder meer zijn typemachine en loep.

Daarna leidde collega Nederlands Mats Beek (Rembrandt College) me rond door de binnenstad van wat in mijn herinnering (ik werkte eind jaren zeventig op het Christelijk Lyceum in Veenendaal) een dorp was. 't Veen is echter opgestoten in de vaart der volkeren én er heeft een culturele revolutie plaatsgevonden. Begin jaren tachtig verrees Theater De Lampegiet en nu is De Cultuurfabriek alweer enige jaren volop in bedrijf. En overal in het centrum gevelgedichten, natuurlijk van Kees Stip, maar ook van anderen. Ook van Mats Beek wordt over enige tijd een vers op een - nu nog hagelwitte - muur aangebracht.

'Op twee mieren'  van Kees Stip op de gevel van 
Cultureel Café 'De Plantage' aan de Markt

 Mats liet me ook het geboortehuis van Kees Stip zien. 
Op de gevel is een koperen plaatje aangebracht, waarop 
staat dat Stip hier is geboren. Een struik had dit echter 
aan het zicht onttrokken. Het zou mij niets verbazen als 
Mats de volgende keer een snoeischaar bij zich heeft...
 

zondag 17 maart 2013

Geen Punt

Inmiddels ontvang ik al wat tips over de Sellinger jaren van Kees Stip. Een collega had kennelijk een vooruitziende blik, want een aantal jaren geleden alweer lag er al een ietwat vergeeld krantenknipsel over Stip in mijn postvak. "Kees Stip (Groninger schrijver)", schreef de afzender in de marge.

Foto: Kees Stip in het Groninger landschap
Recensie
Het is een recensie over Geen Punt, een bundel met gedachten, herinneringen, bespiegelingen, versjes en aforismen, geschreven door de inmiddels ook overleden (Zeeuwse) dichter Hans Warren. Ik vermoed dat deze in 1998 in het toenmalige Nieuwsblad van het Noorden heeft gestaan. De bundel verscheen in dat jaar ter gelegenheid van de 85e verjaardag van 'de meester van het puntdicht'. Wie de goede gever van dit knipsel is, weet ik tot op de dag van vandaag niet, maar alsnog hartelijk dank!

'Jagen is necrofilie met een hoedje op' 
"In Geen Punt", zo schrijft Warren, "springt Stip, in wiens poëzie de beesten zo'n grote rol spelen, regelmatig op de bres voor dieren. Mensen die dieren kwellen, mogen niet op zijn begrip rekenen. 'Dierenbeulen moeten pijnlijk afgemaakt worden', verklaart hij ronduit. Hij vindt eveneens: 'Ritueel slachten moet verboden worden, en gewoon slachten ook'. (...) Het meest ergert hij zich aan de jacht en de jagers: 'Jagen is necrofilie met een hoedje op'. En hij vindt het verschrikkelijk dat ons land een koning dreigt te krijgen die jaagt." 

Hans Warren besluit zijn recensie met de woorden: "Nooit schreef Stip zo nadrukkelijk over zijn kopzorgen als in Geen Punt. We krijgen in deze bundel de zware kant van een lichte dichter te zien."

Kees Stip, Geen Punt. Bert Bakker, Amsterdam 1998

donderdag 14 maart 2013

Waterlandschap

 
Toen Kees Stip (1913 - 2001)  in Laudermarke woonde, wandelde hij dagelijks met zijn hond Mollepop door het Westerwoldse landschap. Vandaag deed ik dat met mijn trouwe viervoeter Dora. We liepen het inmiddels voltooide Theater van de Natuur - aan de oever van het meanderende riviertje de Ruiten Aa - in en ik las nog eens het mooie vers Waterlandschap van Kees Stip, in de eerste trede van de dichterstrap gehouwen.


Op 1 november 1997 werd het door Kees Stip zelf onthuld. In 1998 droeg hij het ook voor bij de onthulling van The Big Sleep van Harry Muskee (de tweede trede). Maar dat was nog voor mijn verhuizing naar Groningen.

Kopland, Rawie én Stip
In 2000 - ik was inmiddels in Westerwolde neergestreken - was het raak. Met beide handen greep ik de uitnodiging aan om aanwezig te zijn bij het onthullen van Wat er geweest is, toen en hier, het gedicht in steen van Jean Pierre Rawie. Rutger Kopland gaf acte de présence en Kees Stip droeg nóg eens Waterlandschap voor. Het was de eerste en tevens laatste keer dat ik hem in levenden lijve meemaakte. Een mooie ervaring.


'Het is een rederijkersgedicht, ik ben zelf uit die tijd'
Kijk en luister  hier naar de onthulling van Waterlandschap en de voordrachten - in 1998 en 2000 - door Kees Stip zelf.
Alle videoclips van de actes de présence en de onthullingen van de vijftien gedichten zijn te zien op www.theatervandenatuur.nl.                     

dinsdag 12 maart 2013

Renate Dorrestein in het Boschhuis

"Wat een prachtige zaal is dit", zei Renate Dorrestein vlak voor haar optreden (op 8 maart jl.) tegen me. We stonden achterin de grote zaal van het Boschhuis in Ter Apel, terwijl het publiek een plaats zocht.
Ik vertelde haar dat we in onze school een aula ontberen en dat we de schrijverslezingen nog niet zo lang geleden in het gymlokaal hielden. Ik zie Jan Siebelink nog via een wankel trapje een podium van kantinetafels betreden. Achter hem hing het basketbalnet. Leerlingen lagen deels op koprolmatten of zaten dubbelgevouwen op die ongemakkelijke lage bankjes. Maar ook hoog op bokken en paarden. "Ach, dat heeft natuurlijk ook wel iets", zei Renate.

Vooraf
Dit jaar hadden leerlingen van mijn collega Nederlands, Mea van der Voo, de lezing georganiseerd. Nicky, Alicia en Janne-Kina hadden in alle klassen van de bovenbouw havo/vwo een presentatie over leven en werk van Renate Dorrestein gegeven, de zaal in het Boschhuis geregeld en een interview met de schrijfster voorbereid. "Ik vind het moedig hoor, van die meiden", zei Renate Dorrestein vooraf tegen me.
De dames stelden vragen die er toe deden en de schrijfster ging er vaak diep op in. Maar de humor ontbrak zeker niet in haar optreden.

Het interview
Extra aandacht besteedde ze aan het boek Het duister dat ons scheidt en het pas verschenen De blokkade over haar writer's block. Ze sloot het optreden af met een 'bierviltproject', waarbij iedereen de zieleroerselen van zijn of haar buurman of -vrouw op een bierviltje schreef. Het was een bijzondere happening.
Gewapend met enkele Westerwoldse streekproducten nam de schrijfster afscheid van Ter Apel. "Het is wel een eind rijden", zei ze. Maar het was ongetwijfeld de moeite waard. Dat vond in ieder geval collega Herman Janssen, die de foto's bij dit bericht maakte. "Prachtig vond ik het", mailde hij me. En dat was het ook.

De lezing
Een aandachtig gehoor
Margot uit havo-4. Een schrijfster in spe? 

 
 Renate Dorrestein signeert. (Foto's: Herman Janssen)

zondag 10 maart 2013

'Ga uit mien ogen, met die lokbokse'

Kees Stip is vooral bekend geworden met zijn dierenversjes, die hij schreef onder het pseudoniem Trijntje Fop. In Het Grote Beestenfeest werden de beste Trijntje Fops aller tijden verzameld. De eerste druk verscheen in 1988, ter gelegenheid van de 75e verjaardag van de dichter. De dertiende druk (2009) is nog verkrijgbaar in de boekhandel.
Stripverhalen
Minder bekend is dat hij ook stripverhalen schreef, zoals bijvoorbeeld De verloren dochter, fraai geïllustreerd door Nico Visscher. Het verscheen voor het eerst op vrijdag 24 december 1971 in het Nieuwsblad van het Noorden. De strip is opgenomen in VerzamelStip I, het eerste deel van het complete oeuvre van Kees Stip, een project van uitgeverij Liverse (ik begrijp dat deel II inmiddels ook is verschenen). Hierbij een kort fragment.

 
Knoert Knoesper
De verloren dochter speelt zich af op kerstavond, terwijl 'de sneeuwstorm huilt rond de Knoesperhoeve'. Dochter Drieka van boer Knoert Knoesper en zijn vrouw Katrien keert terug uit Stad, nadat Knoert haar - wegens te wulpse kleding - de deur had gewezen. Een hilarische strip. Kees Stip woonde toen de strip in het 'Nijsblad' verscheen nog niet in het Groninger Sellingen (hij vestigde zich hier in 1978), maar de woorden waarmee Knoert dochter Drieka wegstuurt, verraden al wel enige affiniteit met Groningen...


Lokbokse: prachtig woord!

'Een aimabele man'
Naar aanleiding van het interview in het Dagblad van het Noorden, sprak van de week een vrouw mij aan in de supermarkt van Sellingen. "U staat mooi in de krant. Een goed initiatief", zei ze. "Heeft u Kees Stip gekend?", vroeg ik. "Ik heb hem wel eens ontmoet, het was een aimabele man".

Liverse, 4e druk 2012
Prometheus, 13e druk 2009

dinsdag 5 maart 2013

Meester zei: Verhip, dit jaar is voor Kees Stip

 
Onlangs nam ik het initiatief om het jaar 2013 in de gemeente Vlagtwedde uit te roepen tot Kees Stipjaar. Hierover stond vandaag een interview met mij in het Dagblad van het Noorden. De dichter werd ook in de redacteur wakker. Hij bedacht een meesterlijke kop!

Dagblad van het Noorden, dinsdag 5 maart 2013
(Klik op de afbeelding om deze te vergroten.)