Posts tonen met het label Utrecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Utrecht. Alle posts tonen

zondag 19 november 2017

Tussen de rails (4)

KAK

Gisteren ben ik met mijn ‘valies met dromen’ per trein naar Utrecht gereisd. Dit keer droomde ik vooral over de tijd dat ik daar op Kanaleneiland werkte. Vanaf 1983 was ik er 25 jaar werkzaam. Ik begon er als leraar Nederlands en maatschappijleer op de Chr. Meao, een schooltje van zo’n 300 leerlingen aan de Vliegend Hertlaan. Daarvoor werkte ik op het Christelijk Lyceum Veenendaal, dat bruiste van de culturele activiteiten. Hier voerde ik met leerlingen toneelstukken van Molière op, met collega’s van Herman Heijermans. Het was dus een hele overgang naar het zakelijke beroepsonderwijs. Op de meao werd je immers opgeleid tot boekhouder, commercieel medewerker, secretaresse of ambtenaar. Het was echter een degelijk schooltje met alleraardigste leerlingen en collega’s. Maar wel saai.

De directeur was - naar ik heb begrepen - na een ‘machtsgreep’ net in functie. Hij leidde de school met strakke hand en wilde deze opstoten in de vaart der volkeren. Dat is aardig gelukt (al eindigde het dramatisch). Al snel werd het meao’tje uitgebreid met een middelbare middenstandsopleiding en het zogenaamde havo/mbo. Het kreeg de naam ‘Abstede’, christelijke scholengemeenschap voor meao, mmo en havo/mbo. Om wat meer leven in de schoolse brouwerij te brengen, richtten we als jonge honden het KAK op: ‘Kommissie Abstede Kultureel’.

Inmiddels groeide de school en werd er in meerdere noodgebouwen en afgedankte lagere schooltjes op Kanaleneiland les gegeven. Als docent pendelde je tussen de gebouwen. Om het KAK bij de leerlingen te introduceren, maakten leerlingen affiches, waarop KAK plastisch werd uitgebeeld en trokken we op een goede dag van locatie naar locatie om van onze activiteiten kond te doen. Met een trompet spelende leerling voorop scandeerden we KAK-KAK-KAK! KAKKERDE-KAKKERDE-KAK!!! In de klassen boden we de leerlingen een gevarieerd programma met activiteiten aan: filmavonden, een toneelgroep, cabaret. Op de filmavond kwamen wel drie leerlingen af en een miniscuul klein toneelgroepje was ook al snel ter ziele. KAK! Het cabaret dat we als docenten samen opvoerden op een personeelsavond was echter een groot succes. Er liep zelfs een bestuurslid met een rood hoofd van opgekropte woede weg, toen we de christelijke identiteit van de school - overigens op een ludieke manier - aan de kaak stelden. Tjakka!

Gisteren hadden we in het Utrechtse Springhaver, onze stamkroeg van weleer, een mini-reünie van de KAK- en cabaretgroep. Het was een hartverwarmend weerzien met geestverwanten. Want dat waren ze en dat zijn ze nog steeds, zo bleek maar weer. De vonk sprong weer over en we hebben weer onbedaarlijk gelachen om onze acties van toen. Zo trokken we eens als Sinterklaas en zwarte Pieten langs de locaties (want als KAK bleven we actief!). Toen ik in de aula van een van de dependances als Sinterklaas de directeur bij mij ontbood, is hij volgens de overlevering via het raam van zijn kamer naar buiten gevlucht. Of het hiermee te maken had, weet ik niet, maar niet lang daarna werd de door ons opgezette schoolkrant ‘Marktberichten’ door hem gecensureerd. Tja.

Enkele KAK-reünisten voor café Springhaver in Utrecht
Intussen groeide de school uit tot een moloch, een regionaal opleidingencentum van 30.000 leerlingen, die opeens ‘deelnemers’ gingen heten (inmiddels zijn het ‘studenten’…). Abstede ging Abstede Scutos Groep en daarna ASA Onderwijsgroep heten en uiteindelijk werd het de Amarantis Onderwijsgroep. Met vestigingen in Amsterdam, Utrecht, Amersfoort, ja waar niet? De directeur heette inmiddels Voorzitter van het College van Bestuur en liet zich in een auto met chauffeur van de ene naar de andere locatie rijden. Het hoofdkantoor was op de Zuidas in Amsterdam, de duurste locatie van de zakenwereld. Voor het primaire proces was steeds minder geld, lesprogramma’s werden uitgekleed en net als veel banken in die tijd, viel Amarantis om. De mammoetorganisatie werd uiteindelijk gedefuseerd. Inmiddels was ik al gevlucht. Naar Ter Apel, waar ik op de kleinschalige RSG nog gewoon les kon geven.

In de trein terug naar Groningen, denk ik weer aan de tijd op Kanaleneiland, nu een problematische wijk, een smeltkroes van culturen, de schotels aan de grauwe flats gericht op Marokko, Turkije en verder. Denk ik terug aan het zoveelste voorbeeld van schaalvergroting dat gedoemd was te mislukken. Denk ik aan Westerwolde, waar ik nu naar terugkeer. Het land van mijn dromen, dat tegen de stroom in moedig kiest voor Cittaslow: kleinschalig, duurzaam, in dialoog met de bevolking. En hoop ik van harte dat we met z’n allen 22 november een gemeenteraad kiezen die dat ook echt waar gaat maken.

Hans ter Heijden
 
Tijdens de reünie werd besloten om jaarlijks een bijeenkomst van het 'Springhaver Collectief' (KAK 2.0) te houden. Uiteraard in het onvolprezen café Springhaver in Utrecht.

dinsdag 5 september 2017

Lombok revisited

Als geboren Utrechter ben ik lid van de Facebookgroep "Je bent Utrechter (geweest) als ..." Vanwege het eerste lustrum werden er op 27 augustus jl. rondwandelingen door de stad georganiseerd.
 
De Lombokgroep met gids Peter Hagenaar (tweede van links). Foto: Ivan Schaap
Ik koos natuurlijk voor die door Lombok, waar in de J.P. Coenstraat mijn wieg stond. In het huis boven de slager, schuin tegenover het geboortehuis van Wim Sonneveld. Gids Peter Hagenaar leidde ons rond in deze multiculturele wijk met een keur aan winkels, cafeetjes, eethuizen, een moskee, een r.k. kerk en vooral een in alle opzichten kleurrijke bevolking.

Ik ben er trots op een geboren Lombokker te zijn!

St. Antoniuskerk in de Kanaalstraat

Mijn geboortehuis

Geboortehuis Wim Sonneveld

Nu kun je er dansbenodigdheden kopen.


De beeltenis van de niet onomstreden J.P. Coen siert (nog) een gevel.

In de Kanaalstraat tref je een keur aan winkeltjes en restaurantjes aan.
  
 
De Ulu Moskee in aan het Moskeeplein in Lombok


woensdag 19 juli 2017

Het luie end

Het was een zonnige middag, toen een wat oudere man van zijn fiets stapte en in het haltehokje waarin ik in m’n eentje op de bus stond te wachten, met veel gerochel op het eenpersoonsbankje ging zitten. Ik knikte even vaag naar hem en keek alweer de weg af in de richting waar mijn vervoermiddel vandaan moest komen. Geheel onverwacht zei de man tegen mij: “Het is wat u zegt meneer, je moet een doel in je leven hebben.” Ik had helemaal niets gezegd en mijn mond viel dan ook ver open van verbazing over de mij toegedichte filosofische woorden. “Een doel in je leven”, herhaalde hij. Ik knikte instemmend en voegde daar, om ook wat te zeggen aan toe: “Het is wat u zegt.”

Nog nooit had ik iemand die kennelijk om een praatje verlegen zat, op zo’n geraffineerde wijze een volstrekt onbekende tot gesprekspartner horen bombarderen. Want ik kon er niet meer omheen. Terwijl hij een shaggie draaide, vertelde hij mij het verhaal, waarvan de openingszin kennelijk de conclusie was.

De fabriek waar hij tientallen jaren had gewerkt, had hem in de herfst van zijn leven ontslagen: te jong nog voor pensioen, te oud voor ander werk. Het was een aardige man die mij zo onverhoeds tot praatpaal had gekozen. Mijn aandeel in het gesprek was, hoewel beperkt, voor hem kennelijk voldoende. En als ik in een korte pauze, waarin hij het hoofd met de grijze manen naar mij ophief, nu eens begrijpend, dan weer aanmoedigend ‘humde’, zei hij: “Het is wat u zegt, meneer.” Als hij weer naar de grond tuurde, alsof zijn levensverhaal daar in krijt op de stoep stond geschreven, en zijn relaas voortzette, keek ik steels even of mijn bus al naderde.

Juist was hij aan het vertellen dat hij die middag bij iemand de tuin zou opknappen, maar kennelijk het verkeerde adres had opgekregen - zodat hij onverrichterzake moest terugkeren - en moe geworden van het fietsen hier even bij mij op het bankje was komen zitten, toen lijn 41 aan kwam rijden.

Met gemengde gevoelens nam ik gehaast afscheid van de arbeider-filosoof. De bus zette zich in beweging en terwijl ik mijn hand opstak naar de man op het bankje, reed ik de Gansstraat uit die bij Utrechters bekend staat als het ‘Luie end’. Het ‘Luie end’, want aan de ene kant ‘zitten ze’ (in de gevangenis), aan de andere kant ‘liggen ze’ (op het kerkhof).

Op de achterbank in de bus denderde het nu door me heen: “Het is wat u zegt meneer, je moet een doel in je leven hebben.”
Hans ter Heijden
Hier 'zitten ze': Huis van Bewaring, Gansstraat Utrecht
Daar tegenover 'liggen ze': begraafplaats Soestbergen. (Foto's: Wikipedia)