Zie o.a. ook: Ter Apeler Courant / Kanaalstreek en Neder-L
zondag 1 maart 2015
Opwaarts!
Aan het begin van deze eeuw schreef ik enkele jaren columns - onder de titel Berichten uit het Weenderveld - in de Nieuwsbrief van GroenLinks Vlagtwedde. In mijn archief kwam ik ze laatst weer tegen.
Het in de stijl van de Amsterdamse School gebouwde kerkje Opwaarts! in Sellingerbeetse komt in een column van juni 2001 voor. Godzijdank is het destijds nog net op tijd van de sloophamer gered.
Op zondag 8 maart wordt hier mijn 'wandelverhaal' Ter Apel zien en dan sterven voor betrokkenen ten doop gehouden. Het is natuurlijk vloeken in de kerk om de presentatie van een boekje over godsloochenaar Kees Stip in een (voormalig) godshuis te houden, maar dat provocerende paste ook wel bij hem. Bovendien wordt ootmoedig zijn lied 'De zondaar' gezongen. Met muzikale medewerking van conservatoriumstudenten Mark Schimmel (zang en gitaar) en Patrieck Bonnet (klarinet). Zij spelen onder meer de hemelse lievelingsmuziek van Kees Stip.
![]() |
| Kerkje Opwaarts! Sellingerbeetse |
Het in de stijl van de Amsterdamse School gebouwde kerkje Opwaarts! in Sellingerbeetse komt in een column van juni 2001 voor. Godzijdank is het destijds nog net op tijd van de sloophamer gered.
Op zondag 8 maart wordt hier mijn 'wandelverhaal' Ter Apel zien en dan sterven voor betrokkenen ten doop gehouden. Het is natuurlijk vloeken in de kerk om de presentatie van een boekje over godsloochenaar Kees Stip in een (voormalig) godshuis te houden, maar dat provocerende paste ook wel bij hem. Bovendien wordt ootmoedig zijn lied 'De zondaar' gezongen. Met muzikale medewerking van conservatoriumstudenten Mark Schimmel (zang en gitaar) en Patrieck Bonnet (klarinet). Zij spelen onder meer de hemelse lievelingsmuziek van Kees Stip.
![]() |
| Nieuwsbrief GroenLinks Vlagtwedde, juni 2001 |
donderdag 26 februari 2015
We schrijven niet voor Jan Lul!
Op zolder ben ik verhuisdozen die daar al ruim vijftien jaar ongeopend staan, aan het wegwerken. Nieuwsgierig kijk je dan toch even naar wat er in zit, naar wat je al die jaren kennelijk niet hebt gemist. Of juist wel.
Het meeste kon inderdaad meteen naar de oud papiercontainer. Maar ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om een boekenlijst, die ik in 1986 als leraar Nederlands namens de sectie op een meao (middelbaar economisch administratief onderwijs) samenstelde, weg te gooien.
Literatuur op een meao! Wie het niet heeft meegemaakt, lacht je in je gezicht uit. Ik geloof dat meao nu Opleiding Administratie heet en daar is het vak Nederlands verworden tot 'iets met communicatie' en is er van de vier lesuren (van 50 minuten!) die wij destijds per week gaven, vrijwel niets over.
Te vrezen valt dat onze dichters en schrijvers voor veel boekhouders, secretaressen en ander administratief personeel tegenwoordig inderdaad voor Jan Lul schrijven. Beschamend.
donderdag 29 januari 2015
Gedichtendag
De tuinman en de
dood
Een Perzisch Edelman:
Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik!
Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" -
Van middag - lang reeds was hij heengespoed -
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.
"Waarom," zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
"Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?"
Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,
Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan."
Uit: Erts, literaire almanak, Amsterdam 1926
Uit: Lachen in een leeuw. Verzamelde gedichten, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 1993
Een Perzisch Edelman:
Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: "Heer, Heer, één ogenblik!
Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!" -
Van middag - lang reeds was hij heengespoed -
Heb ik in 't cederpark de Dood ontmoet.
"Waarom," zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
"Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?"
Glimlachend antwoordt hij: "Geen dreiging was 't,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,
Toen 'k 's morgens hier nog stil aan 't werk zag staan,
Die 'k 's avonds halen moest in Ispahaan."
P.N. van Eyck
Uit: Erts, literaire almanak, Amsterdam 1926
Geïnspireerd door Le grand
écart uit 1923 van de Franse schrijver
Jean Cocteau, die zelf teruggrijpt op een antieke Joodse legende, waar de rol
van de edelman wordt ingenomen door koning Salomo. Dit gedicht inspireerde
vervolgens vele
andere dichters. Lees bijvoorbeeld de bewerking De dood en de tuinman door Kees Stip:
De dood en de tuinman
‘Ja,’ zei de dood, ‘ik heb het ook gelezen:
P.N. van Eyck, de tuinman en de dood.
De tuinman die zijn noodlot niet ontvlood
doordat hij vluchtte waar ik ook moest wezen.
Toen kon je nog voor iemand in zijn nood
de vrees voor de verdoemenis ontvlezen
en zo hem van zijn zenuwen genezen.
Maar tegenwoordig werk ik in het groot.
Bij stoeten haal ik blozend haast van schaamte
mensen en kinderen zo ondervoed
dat ik gewoonweg twee keer kijken moet.
Zo mager zie je zelden een geraamte.
Ze voelen al geen angst meer en geen pijn.
Ha, denken ze, daar heb je dikke Hein.’
Kees Stip
‘Ja,’ zei de dood, ‘ik heb het ook gelezen:
P.N. van Eyck, de tuinman en de dood.
De tuinman die zijn noodlot niet ontvlood
doordat hij vluchtte waar ik ook moest wezen.
Toen kon je nog voor iemand in zijn nood
de vrees voor de verdoemenis ontvlezen
en zo hem van zijn zenuwen genezen.
Maar tegenwoordig werk ik in het groot.
Bij stoeten haal ik blozend haast van schaamte
mensen en kinderen zo ondervoed
dat ik gewoonweg twee keer kijken moet.
Zo mager zie je zelden een geraamte.
Ze voelen al geen angst meer en geen pijn.
Ha, denken ze, daar heb je dikke Hein.’
Kees Stip
Uit: Lachen in een leeuw. Verzamelde gedichten, Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 1993
zaterdag 27 december 2014
Tied vlaigt en doagen goan te gaauw
Met een variatie op de titel van Jean Pierre Rawies laatste dichtbundel ('De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag'), zette ik boven mijn eindwerkstuk voor de cursus Gronings: 'Tied vlaigt en doagen goan te gaauw'. Je moest je eigen levensverhaal op papier zetten. De cursus volgde ik dit najaar in Stad. Het was een vervolg op 'Grunneger toal veur gevorderden' (al voel ik mij vaak nog een beginneling...). Ik heb er veel geleerd, alleen al doordat je tijdens de lesavonden Gronings moest spreken, ook in de pauzes.
Enige probleem was dat er werd onderwezen in de Hogelandster variant van het Gronings en die wijkt toch nogal eens af van het Westerwolds, waar je in plaats van nait bijvoorbeeld nich zegt.
Daarom heb ik de laatste lesavond Reint Meins (84) uit Weende geïnviteerd. Hij las in onvervalst Westerwolds enkele van zijn verhalen voor, lichtte een paar zelfgemaakte schilderijen toe en vertelde over zijn afwisselende leven als postbode in onze contreien.
Terra Westerwolda
Intussen vliegt de tijd. Je denkt dat je zeeën van tijd hebt als je met pensioen gaat. Maar dat is - althans bij mij - niet zo. Sinds september maak ik deel uit van de redactie van Terra Westerwolda, het prachtig vormgegeven tijdschrift van de Historische Vereniging Westerwolde en het Streekhistorisch Centrum Stadskanaal.
Voor het novembernummer interviewde ik de 96-jarige Willem ten Have, rustend boer, die in 1918 in de verbouwde boerderij waar ik nu woon, werd geboren. Mooie verhalen over het boerenleven van 'vrouger', maar ook over de school in Harpel, de werkverschaffing, werkpaarden en trekschuiten.
Door met mensen als Willem en Reint zo goed en zo kwaad als het gaat Gronings te praten, leer je veel!
'Groot interview' met Willem ten Have in Terra Westerwolda
Ter Apel zien en dan sterven
![]() |
| Voorpublicatie 'Ter Apel zien en dan sterven' |
Verder heb ik eindelijk mijn boek(je) over de Groninger jaren van dichter Kees Stip voltooid. Na de organisatie van het Kees Stipjaar in 2013, was dit nog een belofte die ik nu gestand doe. 'Ter Apel zien en dan sterven', luidt de titel. Het verschijnt in februari of maart 2015 bij uitgeverij Vliedorp uit Houwerzijl (nadere berichten volgen).
Terra Westerwolda gunde ik een (bescheiden) voorpublicatie. Het laatste nummer van dit blad is overigens nog verkrijgbaar bij boekhandels in Westerwolde (o.a. Primera Vlagtwedde) en bij het Streekhistorisch Centrum.
![]() |
| Marktpleinkerk |
Tja, en dan de muziek. Die schoot er de laatste jaren ook nogal bij in. In januari krijg ik - sinds vier jaar - weer kerkorgelles. Mijn 'hometrainer', een oud, elektronisch Johannusorgel (waar ik vooral ook het voetenwerk en het spelen op twee manualen op kan oefenen), is door de firma Kuipers uit Leens weer vakkundig speelklaar gemaakt en dagelijks probeer ik de coördinatie tussen handen en voeten zo soepel mogelijk te laten verlopen. Het blijft voor iemand die van jongs af aan piano speelt, lastig. En al die registers!
Ik verheug mij weer op de lessen van organist Wim Westerman. Op het Witte-orgel van de Marktpleinkerk in Winschoten. Fantastisch!
Het Witte-orgel in de Marktpleinkerk te Winschoten
Cello
Zelfs mijn cello heb ik weer van het stof ontdaan. Dit instrument leerde ik bespelen tijdens mijn studententijd in Utrecht. Door allerlei omstandigheden, waaronder een 'carpaaltunnelsyndroom' in mijn rechterpols (waaraan ik uiteindelijk succesvol ben geopereerd), heb ik hem decennia niet bespeeld. Ik probeer het nu voorzichtig weer op te pakken.
cello met hond (in mand)
Het cellospel roept ook weer allerlei herinneringen op. Bijvoorbeeld aan mijn idool van toen, de beroemde Spaanse cellist Pablo (Pau) Casals (1876 - 1973). Hieronder een historische filmopname. Hij ontvangt hier uit handen van secretaris-generaal U-Thant in 1971 de UN Peace Medal. De hoogbejaarde Casals spreekt de vergadering op indrukwekkende wijze toe en speelt het door hem bewerkte Catalaanse lied 'El cant dels ocells' ('Song of the birds'). Als protest tegen het Franco-regime. Inderdaad, de tijd vliegt...
Pablo (Pau) Casals bij de Verenigde Naties
Hier nog een filmopname over 'Song of the birds'.
vrijdag 21 november 2014
Dom
Over het algemeen heb ik het niet zo op drones, maar eerlijk is eerlijk: deze hemelse beelden - met zo'n vliegende schotel gemaakt van de Dom in de stad waar ik opgroeide - zijn van een adembenemende schoonheid...
Zie ook: NOS
Zie ook: NOS
zondag 19 oktober 2014
Abdij Lilbosch. In de voetsporen van broeder Adriaan
Afgelopen week vertoefde ik in Abdij Lilbosch in Echt (Limburg). Een klooster van de cisterciënzers, met een grote boerderij. Ik had weer ingetekend op een door De Wandelmaat georganiseerd verblijf, waarbij het leven in het ritme van het klooster wordt gecombineerd met wandelingen in de omgeving.
Quo vadis?
Wat drijft me als buitenkerkelijke 'ietsist', opgevoed in de vrijzinnig hervormde traditie, toch elk jaar weer naar een klooster?
Ik begin het mezelf ook steeds vaker af te vragen. Het is in ieder geval niet het katholieke geloof. Ook al probeert de huidige paus een wat progressievere koers te varen, de rapportage van de bisschoppensynode biedt weinig hoop voor onder meer homo's. Het brave gezinnetje blijft toch de maatstaf. Vrouwen in het ambt? Geen sprake van, behalve dan hier en daar misschien op de werkvloer. Ook het celibaat staat nog steeds recht overeind. En als je dan net de als een weergaloze tirade geschreven roman Het hout van Jeroen Brouwers over de (seksuele) misdrijven en hypocrisie in de roomse kerk hebt gelezen, vraag je je toch af: Waar ga je heen? Wat zoek je daar?
Mystiek
Het is denk ik toch de hang naar mystiek, spiritualiteit (of hoe je het onbenoembare ook noemen wilt), maar ook de fascinatie voor wat die broeders en zusters beweegt, de overgave, de muziek, de stilte.
Misschien vooral de stilte, de bezinning en de onthaasting. Al kunnen lang niet alle gasten in het klooster meer zonder smartphone.
Hoewel hij een stuk ouder was dan ik, waren we maatjes. We stemden (in tegenstelling tot enkele andere GroenLinksers) allebei tegen de koopzondagen en Adriaan deed ook nog wel eens een moreel appèl op het college van B&W. Toen dit aan de gedoogsituatie van een paar woonwagenbewoners een eind wilde maken, sprak hij woorden die een grote indruk op me maakten: "Voorzitter, we moeten in dit geval genade voor recht laten gelden". Zo was Adriaan. Integer, opkomend voor de zwakken. En de natuur.
Toen hij begin 70 was (zijn vrouw was al overleden), besloot hij het klooster in te gaan. Hij was altijd katholiek gebleven en hield enorm van zingen. Gregoriaans. Hij ging naar Lilbosch, waar hij 'familiaris' werd, een broeder met wat meer vrijheden. Hij wilde tenslotte zijn kinderen en kleinkinderen nog wel eens ontmoeten. Ook bleef hij contacten onderhouden met de School voor Filosofie, waar hij ook docent was geweest.
In 2001 (hij verbleef er toen al drie jaar) kregen we een brief van hem. Hij schreef onder meer: "Jullie kaart kwam onlangs weer boven water, de verhuiskaart van 15 oktober 1999 (we verhuisden toen naar Westerwolde). Zijn dat jeneverbessen, die donkere gevaarten voor de boerderij? Dan zijn ze flink uit de kluiten geschoten. Een week geleden heb ik een kleintje geplant in de kruidentuin die ik opnieuw aan het inrichten ben op basis van de ideeën van Hildegard von Bingen". Hij stuurde een boekje over de abdij mee en een foto (met toelichting) van de moestuin, waar hij ook veel in werkte:
Verwondering
Adriaan bleef tot 2004 in de abdij. Toen keerde hij terug naar Wijk bij Duurstede. Hij stierf een jaar later op 80-jarige leeftijd. Het spijt me nog altijd dat ik hem tijdens zijn verblijf in Echt nooit heb bezocht. Nu probeer ik het een beetje goed te maken door in de voetsporen van broeder Adriaan te treden. Ik tracht me een beeld te vormen van het leven dat hij hier leidde. Een leven van gebed, studie en koorzang, maar ook van arbeid, vooral in de kruidentuin, de moestuin en de boomgaard. Van wandelen en fietsen in de prachtige omgeving. Het paste bij Adriaan. Hij was ongetwijfeld een toegewijde, aimabele en wijze broeder. En zo zijn er meer kloosterbroeders en -zusters. Zij leren ons - gasten uit die voortjakkerende wereld - wat stilte is, bezinning, verwondering. Of je nou gelooft of niet.
Quo vadis?
Wat drijft me als buitenkerkelijke 'ietsist', opgevoed in de vrijzinnig hervormde traditie, toch elk jaar weer naar een klooster?
Ik begin het mezelf ook steeds vaker af te vragen. Het is in ieder geval niet het katholieke geloof. Ook al probeert de huidige paus een wat progressievere koers te varen, de rapportage van de bisschoppensynode biedt weinig hoop voor onder meer homo's. Het brave gezinnetje blijft toch de maatstaf. Vrouwen in het ambt? Geen sprake van, behalve dan hier en daar misschien op de werkvloer. Ook het celibaat staat nog steeds recht overeind. En als je dan net de als een weergaloze tirade geschreven roman Het hout van Jeroen Brouwers over de (seksuele) misdrijven en hypocrisie in de roomse kerk hebt gelezen, vraag je je toch af: Waar ga je heen? Wat zoek je daar?
Mystiek
Het is denk ik toch de hang naar mystiek, spiritualiteit (of hoe je het onbenoembare ook noemen wilt), maar ook de fascinatie voor wat die broeders en zusters beweegt, de overgave, de muziek, de stilte. Misschien vooral de stilte, de bezinning en de onthaasting. Al kunnen lang niet alle gasten in het klooster meer zonder smartphone.
Adriaan Dikker
Voor mij was er nog een speciale reden om juist naar dit klooster te gaan. In de jaren negentig van de vorige eeuw was ik gemeenteraadslid voor GroenLinks in Wijk bij Duurstede. Een van mijn fractiegenoten was Adriaan Dikker. Een markante, gedreven man. Van oorsprong kolenboer, later makelaar. Was wethouder voor de KVP, maar stapte over naar de PPR dat opging in GroenLinks. Vader van een groot, katholiek gezin. Hoewel hij een stuk ouder was dan ik, waren we maatjes. We stemden (in tegenstelling tot enkele andere GroenLinksers) allebei tegen de koopzondagen en Adriaan deed ook nog wel eens een moreel appèl op het college van B&W. Toen dit aan de gedoogsituatie van een paar woonwagenbewoners een eind wilde maken, sprak hij woorden die een grote indruk op me maakten: "Voorzitter, we moeten in dit geval genade voor recht laten gelden". Zo was Adriaan. Integer, opkomend voor de zwakken. En de natuur.
Broeder Adriaan
Toen hij begin 70 was (zijn vrouw was al overleden), besloot hij het klooster in te gaan. Hij was altijd katholiek gebleven en hield enorm van zingen. Gregoriaans. Hij ging naar Lilbosch, waar hij 'familiaris' werd, een broeder met wat meer vrijheden. Hij wilde tenslotte zijn kinderen en kleinkinderen nog wel eens ontmoeten. Ook bleef hij contacten onderhouden met de School voor Filosofie, waar hij ook docent was geweest. In 2001 (hij verbleef er toen al drie jaar) kregen we een brief van hem. Hij schreef onder meer: "Jullie kaart kwam onlangs weer boven water, de verhuiskaart van 15 oktober 1999 (we verhuisden toen naar Westerwolde). Zijn dat jeneverbessen, die donkere gevaarten voor de boerderij? Dan zijn ze flink uit de kluiten geschoten. Een week geleden heb ik een kleintje geplant in de kruidentuin die ik opnieuw aan het inrichten ben op basis van de ideeën van Hildegard von Bingen". Hij stuurde een boekje over de abdij mee en een foto (met toelichting) van de moestuin, waar hij ook veel in werkte:

Verwondering
Adriaan bleef tot 2004 in de abdij. Toen keerde hij terug naar Wijk bij Duurstede. Hij stierf een jaar later op 80-jarige leeftijd. Het spijt me nog altijd dat ik hem tijdens zijn verblijf in Echt nooit heb bezocht. Nu probeer ik het een beetje goed te maken door in de voetsporen van broeder Adriaan te treden. Ik tracht me een beeld te vormen van het leven dat hij hier leidde. Een leven van gebed, studie en koorzang, maar ook van arbeid, vooral in de kruidentuin, de moestuin en de boomgaard. Van wandelen en fietsen in de prachtige omgeving. Het paste bij Adriaan. Hij was ongetwijfeld een toegewijde, aimabele en wijze broeder. En zo zijn er meer kloosterbroeders en -zusters. Zij leren ons - gasten uit die voortjakkerende wereld - wat stilte is, bezinning, verwondering. Of je nou gelooft of niet.
Nooit heb ik andere leermeesters gehad dan eiken en beuken
Op pad
Over Adriaan Dikker zie ook Trouw en AD. Adriaan was ook de initiatiefnemer van de Hordenboomgaard in Wijk bij Duurstede.
Abonneren op:
Posts (Atom)





.jpg)

.jpg)

.jpg)
.jpg)


.jpg)

