Als geboren Utrechter ben ik lid van de Facebookgroep "Je bent Utrechter (geweest) als ..." Vanwege het eerste lustrum werden er op 27 augustus jl. rondwandelingen door de stad georganiseerd.
De Lombokgroep met gids Peter Hagenaar (tweede van links). Foto: Ivan Schaap
Ik koos natuurlijk voor die door Lombok, waar in de J.P. Coenstraat mijn wieg stond. In het huis boven de slager, schuin tegenover het geboortehuis van Wim Sonneveld. Gids Peter Hagenaar leidde ons rond in deze multiculturele wijk met een keur aan winkels, cafeetjes, eethuizen, een moskee, een r.k. kerk en vooral een in alle opzichten kleurrijke bevolking.
Ik ben er trots op een geboren Lombokker te zijn!
St. Antoniuskerk in de Kanaalstraat
Mijn geboortehuis
Geboortehuis Wim Sonneveld
Nu kun je er dansbenodigdheden kopen.
De beeltenis van de niet onomstreden J.P. Coen siert (nog) een gevel.
In de Kanaalstraat tref je een keur aan winkeltjes en restaurantjes aan.
Tijdens het Festival Oude Muziek woonde ik deze week in Utrecht enkele mooie concerten bij.
Fonte Musica in Pieterskerk
Afgelopen zondag was er in de Pieterskerk een uitvoering door Fonte Musica. Een sacrale sensatie! Klik hier voor meer informatie over dit concert.
Hier een filmpje van een eerdere uitvoering door deze bevlogen Italianen:
Barokorgel en viool in Tivoli Vredenburg
Gisteren heb ik in Tivoli Vredenburg in Utrecht het pas in gebruik genomen barokorgel, gebouwd door de Utrechtse orgelbouwer Van Vulpen, bewonderd. Dat wil zeggen beluisterd, want behalve de klavieren, zie je er verder niets van. Op last van architect Herman Hertzberger zijn de pijpen weggewerkt en komt het geluid door gaten van verschillende grootte in de wand achter het concertpodium de zaal in. Het klinkt absoluut mooi en is zeker een aanwinst voor deze wereldberoemde concertzaal.
Klooster of kerk
Toch prefereer ik voor oude muziek een passende entourage, bijvoorbeeld een klooster of kerk, zeker bij het overigens prachtige concert dat Stéphanie Paulet (viool) en Elisabeth Geiger (orgel) gisteren gaven met - veelal religieuze - muziek van o.a. Buxtehude, Böhm en Bach. Hier een heel klein stukje (amateuristisch door mij 'gefilmd') van het concert in Vredenburg:
En hier een optreden van hetzelfde duo in een ambiance waarin deze muziek - vind ik - veel beter tot zijn recht komt (en je wilt het instrument dat bespeeld wordt toch ook kunnen zien?):
Klik hier voor nadere informatie over het Festival Oude Muziek.
In het kader van het Peter de Grote Festival hebben we ook dit jaar weer een paar mooie concerten bijgewoond.
Synagoge Groningen
Afgelopen maandag in de synagoge in Groningen met werken van Brahms, Ravel en Schumann door cellist Jan-Ype Nota en pianist Paul Komen, afgewisseld met gedichten van en door Jean Pierre Rawie. Jammer dat het geluid bij de voordracht erg slecht was en dat de voor dit festival zo kenmerkende toelichting op de werken ontbrak. Vooral de Mélodies hébraïques (Kadish) van Maurice Ravel maakten veel goed. Bovendien een prachtige locatie!
Concertboerderij Onder de Linden
In de vertrouwde Concertboerderij 'Onder de Linden' in Valthermond - waar gastvrouw zangeres Marion van den Akker ons welkom heette - vond gisterenavond het Participatory Concert plaats. Uitgevoerd werden het strijksextet van Brahms en - erg mooi - een pianokwintet van Robert Schumann. De werken werden gespeeld door docenten en studenten van de Summer Academy. Het kwintet bestond uit Ilona Timchenko (piano), Eva van Haaften (viool), Eline de Vries (viool), Ruth Bosboom (altviool) en Amparo Lacruz (cello).
Voor een fragment uit het pianokwintet in Es, op. 44 (1842) van Robert Schumann zie Facebook.
Het was een zonnige middag, toen een wat oudere man van zijn fiets stapte en in het haltehokje waarin ik in m’n eentje op de bus stond te wachten, met veel gerochel op het eenpersoonsbankje ging zitten. Ik knikte even vaag naar hem en keek alweer de weg af in de richting waar mijn vervoermiddel vandaan moest komen. Geheel onverwacht zei de man tegen mij: “Het is wat u zegt meneer, je moet een doel in je leven hebben.” Ik had helemaal niets gezegd en mijn mond viel dan ook ver open van verbazing over de mij toegedichte filosofische woorden. “Een doel in je leven”, herhaalde hij. Ik knikte instemmend en voegde daar, om ook wat te zeggen aan toe: “Het is wat u zegt.”
Nog nooit had ik iemand die kennelijk om een praatje verlegen zat, op zo’n geraffineerde wijze een volstrekt onbekende tot gesprekspartner horen bombarderen. Want ik kon er niet meer omheen. Terwijl hij een shaggie draaide, vertelde hij mij het verhaal, waarvan de openingszin kennelijk de conclusie was.
De fabriek waar hij tientallen jaren had gewerkt, had hem in de herfst van zijn leven ontslagen: te jong nog voor pensioen, te oud voor ander werk. Het was een aardige man die mij zo onverhoeds tot praatpaal had gekozen. Mijn aandeel in het gesprek was, hoewel beperkt, voor hem kennelijk voldoende. En als ik in een korte pauze, waarin hij het hoofd met de grijze manen naar mij ophief, nu eens begrijpend, dan weer aanmoedigend ‘humde’, zei hij: “Het is wat u zegt, meneer.” Als hij weer naar de grond tuurde, alsof zijn levensverhaal daar in krijt op de stoep stond geschreven, en zijn relaas voortzette, keek ik steels even of mijn bus al naderde.
Juist was hij aan het vertellen dat hij die middag bij iemand de tuin zou opknappen, maar kennelijk het verkeerde adres had opgekregen - zodat hij onverrichterzake moest terugkeren - en moe geworden van het fietsen hier even bij mij op het bankje was komen zitten, toen lijn 41 aan kwam rijden.
Met gemengde gevoelens nam ik gehaast afscheid van de arbeider-filosoof. De bus zette zich in beweging en terwijl ik mijn hand opstak naar de man op het bankje, reed ik de Gansstraat uit die bij Utrechters bekend staat als het ‘Luie end’. Het ‘Luie end’, want aan de ene kant ‘zitten ze’ (in de gevangenis), aan de andere kant ‘liggen ze’ (op het kerkhof).
Op de achterbank in de bus denderde het nu door me heen: “Het is wat u zegt meneer, je moet een doel in je leven hebben.”
Hans ter Heijden
Hier 'zitten ze': Huis van Bewaring, Gansstraat Utrecht
Daar tegenover 'liggen ze': begraafplaats Soestbergen. (Foto's: Wikipedia)
Leden van de Historische
Vereniging Westerwolde (HVW) ontvangen een dezer dagen het zomernummer van het tijdschrift
‘Terra Westerwolda’. Het blad is binnenkort ook verkrijgbaar bij verschillende (boek)winkels
in de regio.
Plaggenhut
op het Weenderveld
‘Weenderveld – Weenderwieke’ was de enige informatie
bij een oude zwart-witfoto van een plaggenhut op de website van de HVW. Dankzij
Gré Fennema en Berend Potse kwam ik op het spoor van Tetje (90) en
Joke (88) Swarts uit Vlagtwedde. Met hen bezocht ik de plek waar de hut stond.
Hun grootouders woonden hier, maar zelf brachten zij hun kinderjaren ook in
zo’n hut door. Kunstschilder Geert Schreuder verbeeldde hun herinneringen in een prachtig acrylschilderij.
Willem
Heero Dinkla
De plaggenhut droeg de naam ‘Arbeid adelt’. Het had
ook de naam kunnen zijn van de statige boerderij van het geslacht Dinkla in
Bellingwolde. Tjarko van Dijk interviewde Willem Heero Dinkla over het ‘werken
met de krachten van de natuur’. Over arbeiderswoningen in de gemeente
Vlagtwedde schreef Joop Tilbusscher en Jakob Been dook in de geschiedenis van
Hotel de Poort in Ter Apel.
Roege Wilt Naast de vaste rubrieken is er aandacht voor een
bijzondere oorlogsfoto en de in Onstwedde geboren A.H. Smith (1860 - 1944), schrijver van ‘Roege Wilt’, staat
centraal in mijn serie over de literatuurgeschiedenis van de Kanaalstreek en Westerwolde. Bij de lezenswaardige column 'Sanne Meijer Onderweg' valt een bijzonder fraaie foto van Herman Janssen op: het klooster gefotografeerd vanuit een luchtballon.
‘Bestijg
den trein nooit zonder uw valies met droomen’, schreef de Vlaamse dichter Jan
van Nijlen ooit in zijn ‘Bericht aan de reiziger’. Het is het motto van
oud-leraar Nederlands en -cabaretier Henk Lagerweij en sinds hij me hier
deelgenoot van maakte, ook het mijne.
Net
als Henk reis ik veel per trein. Gisteren bezocht ik mijn vader (97) in het
verpleeghuis in Ede. Hij herkende me niet en communicatie was nauwelijks
mogelijk. Zwijgend dronken we samen koffie op een schaduwrijke plek in de tuin.
Pa dommelde steeds in. Droomde hij nu over vroeger? Over de wetten en
praktische bezwaren die tussen droom en daad in de weg stonden? Of misschien wel
staan? Of berust hij in zijn lot en wacht hij geduldig en machteloos op het
einde? Je weet het niet. Alleen bij het afscheid was de oud-spoorman er weer
even: “O, je stapt weer op de trein?”
Ik
stapte weer op de trein en maakte op de terugreis naar het Noorden een
tussenstop in Zutphen. Hier bezocht ik Dineke, die pas verhuisd was in de
Torenstad. Gelukkig was hier geen gebrek aan communicatie! Bovendien ontstond
er een heuse mini-reünie toen nog enkele bekenden uit mijn Zutphense jaren
binnenvielen: Anneke en Irene! Het was decennia geleden dat ik hen had ontmoet.
Het was een mooi en vrolijk weerzien. Herinneringen vlogen over en weer door de
fraaie kamer en suite. En ja, we bleken als jonge pensionado’s allemaal nog
dromen te hebben. Plannen genoeg voor de toekomst.
Ida Gerhardt in de kloostertuin te Zutphen
Op
de terugweg naar het station dwaalde ik nog even door het prachtige Zutphen. De
Jacob Damsingel, de Rozenhoflaan waar Paul Rodenko woonde, de kloostertuin. Ook
dichter J.C. Bloem vertoefde in deze Hanzestad en in het wat verderop liggende Achterhoekse
gehucht Exel onstonden de boeiende brievenboeken van Jeroen Brouwers. Maar je kwam
hem ook tegen in de kroeg - De
Korenbeurs (‘Platter’) - aan de Zaadmarkt. Dat gold zeker niet voor dichteres Ida
Gerhardt, die in het naburige Eefde bijna als een kluizenaar leefde. Van haar
is het verhalende gedicht ‘Dolen en dromen’ waarin Zutphen een belangrijke rol
speelt.
Thuisgekomen zocht ik het op. Het fraai vormgegeven en gedrukte boekje is in 1980 uitgegeven
door Atheneum - Polak & Van Gennep i.s.m. A.P. ten Bosch, uitgever in
Zutphen. Hier kan geen e-reader tegen op!
Een fragment uit het gedicht 'Dolen en dromen'. Voor een tegenstem (de gecursiveerde tekst) maakte Gerhardt gebruik van verzen van Gerrit Achterberg.
Straks
maak ik een wandeling met mijn hond Dora door het mooie, verstilde Westerwoldse
landschap. Dolend en dromend.
Het Eurovisie Songfestival is langzamerhand verworden tot een mislukte houseparty met veel geblèr, toeters, bellen, billen, borsten, duizelig makende lichteffecten, streetdance, paardenhoofden en apenpakken. Het beest in de mens komt er los. Met muziek heeft dit allemaal niets te maken.
Amar pelos dois Gelukkig waren er nog enkele zangers die zichzelf bleven en 'gewoon' hun song zongen en dit nog mooi deden ook. Eigenlijk alleen de Belgische Blanche en Salvador Sobral uit Portugal maakten indruk op me. De vak- en publieksjury deelden goddank mijn mening. Er is nog hoop! Blanche werd vierde en Salvador Sobral met het ontroerende lied 'Amar pelos dois', als een doorleefde fado in zijn moedertaal gezongen, de terechte winnaar.
Salvador Sobral in dankwoord: 'Muziek is geen vuurwerk, muziek is gevoel'.
Voor de tekst van Amar pelos dois én de vertaling, zie hier.