
Kees Stip (1913 - 2001)
Leven en werk in vogelvlucht
1913 - 1945
De geboorte van een 'lichte letterheer' die vervolgens Dieuwertje Diekema ter wereld brengt
Cornelis
Jan (roepnaam: Kees) Stip wordt op maandag 25 augustus geboren te Geldersch
Veenendaal, gemeente Ede; zijn geboortehuis staat aan de Nieuweweg; hij is
het enige kind van Jan Stip, kantoorbediende, en Ottolina Johanna Anbeek.
|
|
1922
Op zijn
negende verjaardag krijgt hij een viool; zijn eerste leraar is de
plaatselijke kapper, maar ondanks diens slechte lessen zal hij zijn hele
leven dit instrument blijven bespelen.
|
|
1925
Het gezin
verhuist naar een andere woning, Kerkewijk, nr. 131. Begin september gaat hij
naar de Rijks-hbs in Amersfoort;
directeur is G. van Rij; zijn klasgenoot van de lagere school Adriaan Willem
Wesselius wordt bij hem in klas 1c geplaatst.
|
|
1928
Op gezag
van de directeur kiest hij voor de literair-economische richting (hbs-a).
|
|
1929
Hij
blijft, mede ten gevolge van de zeer koude januari en februari die hem naar
het ijs lokken, zitten in de vierde klas.
|
|
1931
In juli
doet hij eindexamen, voor staatsinrichting en Nederlands heeft hij een 8,
voor de overige vakken een 7; om een studie klassieke taal- en letterkunde te
mogen beginnen doet hij vervolgens staatsexamen Grieks, Latijn en analytische
meetkunde.
|
|
1933
Van
oktober tot eind augustus 1934 is hij als dienstplichtig militair in
opleiding op de School voor Reserve-officieren te Kampen.
|
|
1935
Tijdens
zijn in 1935 begonnen studie klassieke talen in Utrecht begint hij met
schrijven; zijn eerste pennenvruchten verschijnen in Vivos Voco, het
weekblad van de studentenvereniging Unitas waarvan hij in oktober als lid
wordt geïnstalleerd. Ook Leo Vroman (sinds 1932), Max de Jong (sinds 1936) en
Tineke Sanders (sinds 1938) zijn lid.
|
|
1937
In
februari verschijnt zijn eerste gedicht, ‘Nox Traiectina’, in het U.S.R.
Boek, het jaarboek van de vereniging, onder het pseudoniem Tips. Op 26
november wordt hij gekozen tot vice-ab-actis van de Litteraire Faculteit van
Unitas.
|
|
1938
Op dinsdag
25 oktober houdt hij ‘voor een ongewoon groot aantal leden’ (aldus het
verslag in Vivos Voco) van de Litteraire Faculteit van Unitas een
lezing over ‘De toekomst van de film’.
|
|
1939
Op 9
november wordt hij, als dienstplichtig militair, gelegerd in Veenendaal,
ingeschreven in het Haagse Bevolkingsregister op het adres 's-Gravenhaagse
Bosch, nr. 7.
|
|
1940
Als
dienstplichtig reserve-officier neemt hij in mei deel aan de
krijgshandelingen.
Op 13 september wordt hij zonder
ooit werkelijk in Den Haag gewoond te hebben uit het Haagse
Bevolkingsregister uitgeschreven naar Veenendaal.
|
|
1941
Hij doet
kandidaatsexamen klassieke talen en verdiept zich gedurende een korte periode
in de bestudering van het Sanskriet.
|
|
In de
vijfde aflevering van de vijftiende jaargang van Hermeneus, ‘Maandblad
voor de antieke cultuur’, gedateerd 15 Januari 1943, wordt van hem een
gedicht in het Latijn, ‘De tessera Nicotiana supervacua’, opgenomen.
In juni moeten de
reserve-officieren zich melden om als krijgsgevangene naar Duitsland te
worden weggevoerd; hij duikt onder, in Steendam bij het Schildmeer
(Groningen) en Kootwijkerbroek. Hij schrijft dan, ‘op een donkere middag in
1943’, Dieuwertje Diekema, een parodie op Mária Lécina van
J.W.F. Werumeus Buning.
|
|
1944
In juni
ontvangt hij een uitnodiging om deel te nemen aan een door de Haarlemse
wijnkopersfirma Wed. G. Oud Pz. & Co N.V. uitgeschreven dichtwedstrijd.
Met zijn inzending ‘Heer Bacchus’ behaalt hij 86 punten, evenveel als winnaar
Leonhard Huizinga. Als beloning ontvangt hij twaalf flessen wijn.
1946 - 1977 Liefde, Trijntje Fop, cabaret en het Polygoonjournaal |
|
1946
Zonder
zich in te schrijven in het Bevolkingsregister gaat hij op kamers wonen bij
de familie Van Banning in de Anna Paulownastraat, nr. 74b, in Den Haag.
Hij maakt in Amsterdam kennis met
Marie Amélie Hubertine Hélène Weijnen (geb. 1914), door hem Katja genoemd;
zij is gehuwd met Johannes Hendrikus Petrus (roepnaam: Jean) Foppen.
|
|
1948
Wegens
gezinsuitbreiding bij de familie Van Banning verhuist hij naar een etage
boven boekhandel L.J.C. Boucher, Noordeinde, nr. 39.
|
|
1949
In het
nummer van 26 februari van Elseviers Weekblad worden drie in de oorlog
geschreven stijlparodieën op het werk van Jan Prins, Herman Gorter en
Martinus Nijhoff gepubliceerd, geïllustreerd, door Eppo Doeve en ingeleid
door Werumeus Buning.
|
|
Van begin
van dit jaar tot 1979 werkt hij bij de redactiecommissie van het
Polygoonjournaal. Vooral zijn jaaroverzichten werden bekend, ook vanwege zijn
humor. Als er een kabinet was gevallen, liet hij in beeld ook letterlijk een
kabinet (kast) omdenderen. De stem van nieuwslezer Philip Bloemendal paste
perfect bij Stips teksten.
|
|
1952
In
opdracht van de Rijksvoorlichtingsdienst maakt hij de propagandafilm Wij
leven vrij (scenario en regie). Op dinsdag 7 oktober verschijnt in de
Volkskrant in de rubriek ‘Draaiboek’ de eerste ‘Trijntje Fop’.
|
|
1954
Op 30 mei
verschijnt het mandement De katholiek in het openbare leven van deze tijd
waarin elke scheiding tussen godsdienst en leven door de bisschoppen wordt
verworpen. De ‘Trijntje Fop’ die hij aan deze kwestie wijdt, wordt niet in de
Volkskrant gepubliceerd.
|
|
1955
Tot 1967
levert hij met regelmaat losse grappen aan Wim Kan, voor zijn conferences.
|
|
1959
Hij neemt
zijn intrek op kamers bij de familie Knoester in de Banstraat.
|
|
1961
Op 21
september trouwt hij in Holborn, Londen, met Katja die enkele maanden
daarvoor is gescheiden; Doron (roepnaam: Dodo) en Helen (roepnaam: Pup), de
twee jongste dochters uit haar eerste huwelijk, vergezellen hen op de
huwelijksreis.
In oktober verhuist hij met zijn
gezin naar een bungalowtje met een klein privé-zwembad aan de Vossenlaan, nr.
10 [thans nr. 22], in Bosch en Duin, gemeente Zeist.
|
|
1962
Op 20
februari overlijdt zijn vader in Veenendaal op de leeftijd van 78 jaar.
|
|
Op dinsdag
22 december verschijnt de laatste ‘Trijntje Fop’ in de Volkskrant.
|
|
1965
In Elseviers
Weekblad van zaterdag 2 januari verschijnt, bij een tekening van J.F.
(‘Eppo’) Doeve, de eerste van een nieuwe reeks ‘Trijntje Fops’: Op een dog.
|
|
1966
Vanaf
dinsdag 26 februari publiceert hij, eerst vijf keer, maar vanaf 21 maart zesmaal per week, onder het
pseudoniem Chronos een kwatrijn over een actueel onderwerp in dagblad De
Tijd.
|
|
1968
In
augustus verhuist hij naar Dortherdijk, nr. 15a, in Joppe, gemeente Gorssel.
|
|
1973
Hij koopt
een huisje in Alfaz del Pi, zeven kilometer vanaf Benidorm. Tot 1989
verblijft hij daar ieder jaar gedurende de maanden april-mei en
september-oktober.
|
|
1974
In juni
verhuist hij naar Het Nieuwe Schelver, nr. 10, Diepenheim, in een prefab
huisje.
1978 -2001 De Groninger jaren. Klinkdichten, kritische verzen en als altijd: de humor |
|
1978
Begin
maart verhuist hij naar een kleine, verbouwde boerderij aan de Veenweg in de
buurtschap Laudermarke bij Sellingen, gemeente Vlagtwedde.
1979
Op 16
oktober overlijdt zijn moeder te Veenendaal op de leeftijd van 93 jaar.
|
|
1983
Au! De
rozen bloeien. Sonnetten van bedreigd geluk verschijnt.
|
|
1984
Hij krijgt
De Nieuwe Clercke-Pico Bello-prijs ‘wegens prestaties’.
|
|
- Een jury,
bestaande uit Marko Fondse, Vic van de Reijt, Nico Slothouwer en Peter
Verstegen, bekroont hem op 8 augustus met De Tweede Ronde Prijs. Als hommage
wordt de naam van de prijs direct na de toekenning gewijzigd in Kees Stip Prijs.
In 2000 wordt de prijs toegekend aan Patty Scholten. Kees Stip is daarbij
aanwezig.
- Dit jaar verschijnt het kinderboek
Sijmen kan rijmen.
|
|
1986
In het
najaar BulkBoek-tournee van plezierdichters: Winschoten (Stip wegens verblijf
in het buitenland niet aanwezig), Ede, Den Bosch, Heiloo, Enschede,
Leeuwarden en Tilburg.
1987
Publicatie van Mijn beesten staan er gekleurd op, een
kinderboek met illustraties van Katja Stip.
|
|
1988
Vanaf 3
februari van dit jaar tot 23 december 1991 schrijft hij wekelijks, onder de
titel ‘Versvoetstoots’, een aantal kwatrijnen bij de actualiteit in NRC
Handelsblad.
Hij ontvangt een Zilveren Griffel
voor Mijn beesten staan er gekleurd op.
Verschijning van Het Grote Beestenfeest. De beste Trijntje
Fops aller tijden.
|
|
1989
Van 8
april tot 6 mei publiceert hij in de kinderrubriek ‘De blauw geruite kiel’ in
Vrij Nederland vijf losse episoden uit het door hem geschreven en
getekende stripverhaal ‘Piet met de Priemoogjes’.
|
|
1990
Op 2
oktober wordt hij in Siddeburen in zaal Tivoli in het zonnetje gezet door
collega-dichters Jan Boerstoel, Driek van Wissen, Drs. P, Ivo de Wijs en Jean
Pierre Rawie.
|
|
1992
Op 18
september overlijdt zijn vrouw Katja.
1993
Lachen in
een leeuw,
verzamelde gedichten.
|
|
1994
Op
zaterdag 12 maart treedt hij - net als studiegenoot Leo Vroman - op tijdens
de veertiende Nacht van de Poëzie in muziekcentrum Vredenburg te Utrecht.
|
|
1995
Op 28
april worden hem ten huize van Aleid Braam - Blauw in Sellingen in het
bijzijn van een groot aantal heimelijk opgetrommelde vrienden en bekenden en stiefdochter
Dodo door burgemeester H.A. Euverink van Vlagtwedde de versierselen opgespeld
behorende bij de koninklijke onderscheiding Ridder in de Orde van
Oranje-Nassau.
|
- Met ingang van het lentenummer publiceert hij limericks over de milieuproblematiek in het tijdschrift De Kleine Aarde.
- Kees Stip opent met het voordragen van zijn gedicht Waterlandschap het Theater van de Natuur in Sellingen.
1997 In het Theater van de Natuur in Sellingen, een creatie van kunstenaar Adriaan Nette, onthult Kees Stip op 1 november zijn gedicht Waterlandschap, nu gehouwen in de eerste trede van de dichterstrap. Ook bij de onthullingen van de gedichten van Harry Muskee (1998), Adriaan Morriën (1999) en Jean Pierre Rawie (2000) is Stip aanwezig. In 2012 is de trap voltooid. Zie ook (o.a. voor videoclips van de onthullingen): www.theatervandenatuur.nl
1998
Gestimuleerd door Patty Scholten schrijft Kees Stip Geen Punt, een bundel met gedachten, herinneringen, bespiegelingen, versjes en vooral aforismen. Het verschijnt bij uitgeverij Bert Bakker ter gelegenheid van zijn 85e verjaardag.
2001
Kees Stip overlijdt op 27 juni in het St. Lukas Ziekenhuis in Winschoten. Hij kreeg een hartstilstand, raakte in coma en overleed niet lang daarna. Op de crematie in Emmen (2 juli) was de voltallige groep light verse-dichters aanwezig: Jan Boerstoel, Ivo de Wijs, Jean Pierre Rawie, Driek van Wissen en Patty Scholten. Joop Visser zong teksten van Kees Stip. De gedichten die werden voorgelezen, zijn gebundeld in STIP R.I.P.
Na 2001
Levend water komt en gaat er. Nu en later is er hoop
2003
Expositie Au! De rozen bloeien over Kees Stip in historisch museum Het Kleine Veenloo in Veenendaal.
2004
- De gemeenteraad van Veenendaal besluit het nog te realiseren plein voor de Cultuurfabriek in de centrumuitbreiding Kees Stipplein te noemen.
- Bibliotheek Zuidoost-Groningen organiseert in Ter Apel het eerste Kees Stip Dictee, waaraan sindsdien jaarlijks teams van prominenten uit de gemeenten Vlagtwedde en Stadskaal én leerlingenteams van de RSG Ter Apel en Ubbo Emmius uit Stadskanaal strijden om de fel begeerde Kees Stipvulpen.
2006
VerzamelStip deel 1 verschijnt bij uitgeverij Liverse. Illustraties van Nico Visscher. Het is opgedragen aan Patty Scholten, initiator en stimulator van het Kees Stipproject. Hierin ook strips waarvan De verloren dochter in 1971verscheen in het Nieuwsblad van het Noorden.
2011
In museum Viseum Veenendaal (in de Cultuurfabriek aan het Kees Stipplein) vindt – tien jaar na zijn overlijden – de expositie Kees Stip, een groot dichter dichterbij plaats.
2013
- Dit jaar - 100 jaar na zijn geboorte - wordt in de gemeente Vlagtwedde, waar Kees Stip de laatste 23 jaar van zijn leven woonde en werkte op initiatief van Hans ter Heijden uitgeroepen tot Kees Stipjaar.
- Voor de expositie Nu en later is er hoop in de Oude Stelmakerij heeft het Streekhistorisch Centrum de collectie van museum Viseum Veenendaal in bruikleen gekregen. Een belangrijk deel hiervan is aan het museum geschonken door Veenendaler Hette Wassenaar, die ook - in eigen beheer - enkele boeken over Stip publiceerde.
- Op de RSG Ter Apel doen alle leerlingen van de derde klassen mee aan de Kees Stipdichtwedstrijd.
- Uitgeverij Liverse brengt de lang verwachte VerzamelStip deel II (Een wormstekelige verzameling) uit.
- Op 31 augustus wordt het (geheel uitverkochte) Kees Stipfestival ‘Stip aan de horizon’ gehouden in het Theater van de Natuur en in de boerderij aan de Veenweg 5 waar Kees Stip van 1978 tot zijn dood in 2001 woonde en werkte. Hans ter Heijden presenteert het. Adriaan Nette geeft een performance in het Theater van de Natuur en aan de Veenweg zijn optredens van dichters van het light verse Patty Scholten, Lévi Weemoedt en Mats Beek (stadsdichter van Veenendaal). Ook het cabaretduo Joop Visser & Jesscia van Noord treedt op en zingt onder meer ‘Veenendaal’ en ‘De zondaar’. (Oud-) leerlingen van de RSG Ter Apel Margot Meendering en Mark Schimmel verzorgen de muzikale entr’actes. Zij zingen door henzelf op muziek gezette teksten van Kees Stip.
2014
Op 23 maart ontvangt Hans ter Heijden uit handen van burgemeester Leontien Kompier in de kloosterkerk in Ter Apel de Cultuurprijs van de gemeente Vlagtwedde. Onder meer “voor de buitengewone inzet en brede manier waarop invulling is gegeven aan het Kees Stipjaar, waarmee de gemeente Vlagtwedde op de kaart is gezet. Bovendien voor de bijzondere wijze waarop hij jongeren enthousiasmeert voor culturele activiteiten”.
2015
Op zondag 8 maart wordt in een vol kerkje Opwaarts! in Sellingerbeetse Ter Apel zien en dan sterven gepresenteerd. Het is een wandelverhaal over de Groninger jaren van dichter Kees Stip, geschreven door Hans ter Heijden en uitgegeven door Uitgeverij Vliedorp in Houwerzijl.
(bronnen
voor dit overzicht: o.a. DBNL, Schrijversinfo)
![]() |
Eerste trede van de 'dichterstrap' in het Theater van de Natuur in Sellingen |
Websites met informatie over Kees Stip:
Nederlandse Poëzie Encyclopedie (NPE) o.a. uitgebreide bibliografie
Het vrije vers website van en voor dichters van het light verse
Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL)
Koninklijke Bibliotheek (KB)
NPE Nieuwsblog
Schrijversinfo